Een eerstegraadsvergelijking met één onbekende is te herleiden tot de vorm hieronder. De coëfficiënt van x is ongelijk aan nul. Een oplossing is een waarde waarvoor beide leden gelijk zijn.
Voer aan beide kanten dezelfde bewerking uit
Tel dezelfde uitdrukking bij beide leden op of trek die ervan af. Je kunt beide leden ook met hetzelfde getal ongelijk aan nul vermenigvuldigen of erdoor delen. Een term verplaatsen en zijn teken omkeren is een verkorte manier om die term aan beide kanten af te trekken. Staat de onbekende in een noemer, bepaal dan eerst welke waarden uitgesloten zijn.
Werk de haakjes weg en maak x vrij
Vermenigvuldig beide termen tussen haakjes met 3. Trek x van beide kanten af en tel er 6 bij op. Deel vervolgens door 2.
Vul 5 in de oorspronkelijke vergelijking in. Links krijg je drie maal drie en rechts vijf plus vier. Beide kanten zijn 9.
Wat blijft over als x wegvalt?
Een ware getalsgelijkheid zoals 2 is gelijk aan 2 geldt voor alle waarden in het oorspronkelijke domein. Een onware gelijkheid zoals 2 is gelijk aan 3 heeft geen oplossing. Het verschil wordt zichtbaar nadat je gelijksoortige termen samenneemt.
Controleer bij een parameter k of die nul kan zijn voordat je erdoor deelt. In het voorbeeld is er één oplossing als k ongelijk aan nul is. Als k nul is, zou nul gelijk moeten zijn aan zes.
