Verdeel 15 fiches over twee personen. Ieder krijgt 7 fiches en er blijft er één over. Met dezelfde fiches kun je ook zeven paren maken, met één fiche over. De deler geeft in het eerste geval het aantal groepen aan, in het tweede het aantal fiches per groep.
De rest is kleiner dan de deler
Bij een niet-negatief geheel deeltal N en een positieve gehele deler d is q het grootste gehele getal waarvoor het product met d niet groter is dan N. De rest r is N min dat product. Als er minstens d overbleef, kon je nog een groep vormen.
Als je de eenheden mag splitsen, is het exacte quotiënt van 15 en 2 gelijk aan 7,5. Met ondeelbare fiches vermeld je het gehele quotiënt en de rest apart. Bij rest nul vallen de twee quotiënten samen.
Maak de staartdeling van 157 door 6
De eerste cijferwaarde alleen is kleiner dan 6. Begin daarom met 15 tientallen. Twee keer 6 tientallen is 12 tientallen, dus blijven er 3 over. Haal de 7 eenheden naar beneden om 37 te krijgen. Zes keer 6 is 36 en de rest is 1. De uitkomst bestaat uit 2 tientallen en 6 eenheden.
Controleer de uitkomst door 26 met 6 te vermenigvuldigen en de rest 1 erbij op te tellen. Je krijgt weer 157.
Negatieve getallen en delen door nul
Twee getallen ongelijk aan nul met hetzelfde teken geven een positief quotiënt. Met verschillende tekens is het quotiënt negatief. Zo is −24 gedeeld door 6 gelijk aan −4, want 6 maal −4 is −24.
Nul gedeeld door een getal ongelijk aan nul is nul. Met nul als deler geeft ieder product nul. Bij een deeltal ongelijk aan nul kan dus geen quotiënt kloppen. Bij een deeltal nul zou ieder getal voldoen, zodat de uitkomst niet eenduidig is.
Delen door 1 laat het getal gelijk. Deeltal en deler omwisselen of haakjes verplaatsen kan de uitkomst veranderen. Zie de voorbeelden over rekenvolgorde.
